Vanaf grote hoogte bezien
verbergt een stad zijn kleuren
zijn mensen ook
ik hoor verstrengelde klanken verwaaien tot woordeloze wolken
geruite straten splijten blokken
de zon wandelt over daken
daarbeneden kletsen kleuren op kasseien
dromen drommen mensen daden
balanceren dauwdruppels op uiterste puntjes van grassprieten
zij bollen de hemel en de aarde ineen
ik kijk op en zie jou met tegenlicht
je bent enkel vorm
scherpe contouren om een diepte zo zwart
ik zal de zon vragen om je heen te draaien