Ik ben een kind gebleven

Antwoordgedicht op het bekende sonnet “Ik ben een God in ’t diepst van mijn gedachten” van Willem Kloos.

Ik ben een kind gebleven diep van binnen
dat op een krukje naar de wereld staart
voor wie de raadsels nooit zijn opgeklaard
en dagen steeds van voor af aan beginnen.

De schrik kan ik gewoon niet overwinnen
dat ik geen regels leerde voor het leven
waar anderen zich zelfbewust begeven
ben ik een kind gebleven diep van binnen.

Toch kun je mij onmogelijk bereiken
achter een pantser heb ik me verschanst
waar ik jouw omhelzing kan ontwijken

en onkwetsbaar ben voor jouw verdriet
want tegen elke prijs zal ik vermijden
dat je mij ooit op dat krukje ziet.

Van een ongeboren nacht

Nu de storm in blinde woede vloekt en spuugt op alle daken

en zijn duivels in het donker durven rukken aan de goot

Vouw ik mij zacht om jou en begroet zo stil het duister

van de ingehouden adem waarin ik lig en luister

naar het kloppen van je hart

naar het bonzen van mijn liefde

naar het zuchten van ons kind