Het monotone bonzen op het spoor
verstomt het gonzen van de grote stad.
Buiten stroomt als troosteloos decor
blok na blok voorbij van Leningrad.
Als dat landschap gaandeweg vergaat,
daagt een vlakte als een blanco blad.
Bij een halte zonder naambord staat
ze al te wachten voor het wandelpad
In haar mooiste jurk op blote voeten
zegt ze tegen haar vriendinnen: Kijk,
mijn papa kunnen jullie nu ontmoeten.
Ze trekt me met een hand achter zich aan,
want binnen heeft ze snoepjes klaargezet
zodat ik niet meteen weer weg zou gaan.