Heel heel erg lang

lange gedichten wil ik schrijven met lange woorden en lange zinnen
verbonden met lange draden die heel lang, heel lang

eeuwige gedichten wil ik schrijven met eeuwige woorden en eeuwige zinnen
aan elkaar geregen voor eeuwig, eeuwig

oneindige gedichten wil ik schrijven met oneindige woorden en oneindige zinnen
aan elkaar geknoopt en dat het einde oneindig is, dat er geen einde is

 

E. Meines

Poëtica

Welkom – vind zelf een plek
uw veiligheid is niet gegarandeerd
het waait
het stuift
het broeit
er rijden dwazen door het rode licht
er lopen er meer buiten dan er opgesloten zitten

laten we ons niet storen aan de feiten
ik bepaal zelf wel wat ik rapporteer
links ziet u verdwaalde eenden, zompig land, oude stort
rechts bloeit ergens een bloem – goed kijken
alles lijkt plat maar dat is slechts schijn

ik zeg het alleen maar

iemand moet zeggen
dat we op een rots zitten

alleen in dit roerloze moment
een bootje in de stroom
het kolkt
het maalt
het spettert
de oevers zijn ver en er zijn geen bruggen

wie durft te zeggen
dat we de weg niet hoeven te kennen
dat er een berg is die gezien moet worden
beklommen moet worden omdat het kan
en dan het uitzicht

Iemand moet zeggen wat het is
de nerven op het stervende druivenblad
iemand moet zeggen of het mooi is

kijken kost niets
maar iemand moet het moment wegen
het prijskaartje schrijven

bij geboorte zijn we al bijna dood
vraag het de bergen maar
vraag het Pando
het nu is kort en eindeloos
en alleen de doden voelen niets

Iemand moet zorgen dat het ertoe doet

De Wijze hoopt

Ontmantel alles
Ruim elke boekenplank met geweld
Sloop elke muur, steen voor steen voor steen
Smelt scharen en ploegen tot lompe klompen
Maak van alles iets en stamp en pulver het dan tot niets

We hebben de tijd en de tijd heeft ons
Meer is niet nodig en minder niet van nut
Maak vuren van boeken en zetels van baksteen
Tot alles kwetsbaar en naakt en redeloos radeloos is

Vanaf ontvlochten stapels aanschouwen wij
Het ongeboren hart
Het onbedachte woord
Een ongehoord akkoord

Laat ons wachten op een idee van schoonheid
Iets wat ons scheppers maakt – iets wat ons hoeders maakt

Hoe clichématig ook

De rupsfase is meestal de langste
Dan cocon
En als de vlinder zich ontpopt
heeft ie een paar weken de tijd
om in je buik te fladderen

En dat je er niet van slapen
en dat je geen hap meer
en dat je daar dus helemaal niet te oud
Dat dan ook nog eens de zon doorbreekt
en alle liedjes opeens
allemaal over jou gaan

Hoteldebotel halsoverkop
Niet te oud
Nog lang niet te oud

Tinderprofiel

Dit witte lichaam

Dat al zo lang met mij meereist

staart in de spiegel en de spiegel staart terug

De zon heeft het wielrenpak op mijn huid gebrand

Souvenir van lange heuveltochten

over Vlaamse hellingen, dromend van het geel in de Tour

Gepokt en gemazeld beweegt het

gestaag richting houdbaarheidsdatum

 

Sinds het is gaan rijpen blubbert het zo lekker,

dit witte lichaam, dat onbelangrijke

doelpunten heeft gescoord,

in de middernachtzon heeft gebaad,

hypotheken heeft gedragen en levens geschapen,

en ondanks alle rijpheid nog lang niet verzadigd is

 

Het is in de aanbieding,

dit witte lichaam,

voor een pondje liefde en een onsje levenslust

heb je een zachte carrosserie die nog goed minnen kan

Benen die nog bergtoppen willen bedwingen

Handen die grootse gerechten zullen bereiden

en ogen die schoonheid vinden in kleine hoekjes

 

Swipe rechts

Opladen

slim horloge, slimme telefoon

ik vergeet jullie deze dag

ik heb boterhammen gesmeerd en pepermuntjes op zak

vandaag wordt geen stap geteld

 

alleen stil zie ik wat beweegt

het roesten van een spijker

het rekken van een schaduw

hier op een stoel van molm en zwammen,

aan de rand van dit mensenmeer,

komen prikkels slechts van hondsroos en braam

 

dag eend dag zwaan

het is inderdaad een mooie dag om te grondelen

terwijl ik hier braak lig, een oud boek op mijn buik

mijn locatie van mij alleen

 

ik ga nergens heen en ik denk dat ik daar nu ben

niemand hoeft te weten dat dit echt gebeurt

 

(oorspronkelijk gepubliceerd in het tijdschrift Oude Grond)

Einder

Teveel weidsheid is ook niet goed voor een mens
Als de lucht zichzelf aquarelleert,
het gras van vetkrijt is gemaakt,
kan de stilte eindelijk onder je huid

Sluit je ogen – aardhommel leeuwerik grutto
en de galm van woorden die werden opgespit
Er past vast een lied bij dit landschap
Iets met melancholie en een zweem van hoop
De vraag is alleen of we de tekst willen kennen –
Soms kijk je beter zonder geluid

Loop en zie niet om
Onthoud de boom, het riet, het moment dat wij rustten
Wat niet wordt herinnerd heeft nooit echt bestaan
en toch – ook wie vergeet laat altijd iets achter