Van een ongeboren nacht

Nu de storm in blinde woede vloekt en spuugt op alle daken

en zijn duivels in het donker durven rukken aan de goot

Vouw ik mij zacht om jou en begroet zo stil het duister

van de ingehouden adem waarin ik lig en luister

naar het kloppen van je hart

naar het bonzen van mijn liefde

naar het zuchten van ons kind